Er zijn zo een aantal natuurgebieden waar je regelmatig terugkomt, vaak ingegeven door de ervaringen en ontmoetingen die je daar eerder hebt gehad. Meestal zijn dat gebieden die niet te ver van huis liggen en waar je met de besteding van enkele uurtjes al een redelijke kans maakt op succes. Het meest voor de hand liggend is natuurlijk je eigen achtertuin als meest dichtbije locatie, maar voor mij is dat b.v. ook Texel, het Lauwersmeergebied en de Zeeuwse delta als we daar op vakantie zijn. Maar in mijn directe omgeving liggen ook enkele van die gebieden op slechts enkele tientallen km's afstand waar ik graag enkele uurtjes mag vertoeven. Dit zijn b.v. de Groote Peel met zijn randgebieden, de Strabrechtse Heide en ook enkele natuurpareltjes op de grens van Nederland en Belgiƫ en de rand van Brabant en Limburg.
Over enkele van die laatste gebiedjes gaat dit blog. Zoals ik in mijn vorige blog aangaf gaat het niet echt om spectaculaire soorten op een enkeling na, maar dat kan ook niet altijd. Ik probeer dan altijd wel om de soort zo mooi mogelijk vast te leggen en daarbij iets van het gedrag, habitat of vlucht mee te nemen, onder de noemer: beter een goede foto van een "gewone" soort dan een flutfoto van een bijzondere of zeldzame soort.
In tegenstelling tot wat ik in het slotwoord van het vorige blog over de witte en zwarte ooievaars (klik hier) aangaf, is het me wederom niet gelukt om het blog wat kort te houden. Veel kijkgenoegen.
Groeten, Ad
Ik vind lepelaars prachtige en vooral sierlijke vogels, maar het is bij het fotograferen nog best lastig om het wit onder controle te houden zodat het niet uitbijt.
Ze verblijven en broeden op een eiland in deze plas, maar komen regelmatig naar de rand gevlogen om te foerageren of nestmateriaal te verzamelen.
Ik fotografeerde hem hier net voor de landing.
Deze roodborst zat wat rond te kijken, niet bijzonder, maar ik vond de kleur van de achtergrond, de paal en de roodborst wel aardig, ton sur ton.
Krakeenden zijn tegenwoordig heel algemeen, hier het mannetje en het vrouwtje gemoedelijk als koppeltje bij elkaar.
Maar het kan heel anders, als een ander mannetje te dichtbij komt bijt het vrouwtje flink van zich af.
En uiteraard is de vrouw ook hier (terecht) de bovenliggende partij.
Op zich is een knobbelzwaan al een prachtige, sierlijke vogel waarbij je evenals bij de lepelaars moet oppassen met het wit, voor je het weet is het uitgebeten.
Maar hij wordt nog sierlijker als hij zijn vleugels uitslaat.
Maar ook imponerend als hij met die vleugels begint te klapperen.
Ze bereiken met die vleugels een flinke spanwijdte van wel 2,40 mtr. en hij doet daarbij nauwelijks onder voor een zeearend.
Het gezegde luidt zo trots als een pauw, maar deze knobbelzwaan kan er ook wat van.
Hier trekt hij z'n vleugels weer in en hier ze je pas hoe ontzettend complex die vleugelstructuur is.
In de bosjes op de oever zat dit kleurige vinkenmannetje, ik fotografeerde hem tussen de takken door.
Tussen de oevervegetatie scharrelde een paartje wilde eenden.
En in de lucht joegen een drietal mannetjes soortgenoten achter een vrouwtje aan.
Over het water kwam een grote zilverreiger, nog in winterkleed, aangevlogen.
Om te landen op een grote tak die in het water lag. Ook bij deze soort moet je goed opletten dat je de belichting goed onder controle houdt.
En ook bij deze vogel zie je hoe mooi de verenstructuur van de vleugel is.
In een recent heringericht natuurgebied op de Nederlands/Belgische grens lopen een aantal taurossen om het gebied te begrazen.
Het is een oerrund dat zomer en winter buiten kan verblijven.
Ze zijn er in diverse kleurslagen, ook in combinatie met elkaar.
Terug naar het andere ven waar deze blauwe reiger overvloog.
Blauwe reiger.





































Geen opmerkingen:
Een reactie posten