Door op een foto te klikken krijgt u een vergrote weergave. De foto, vooral de scherpte, is dan echt van veel betere kwaliteit.

Op mijn beelden rust copyright (© advanduren) en ze mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor mijn schriftelijke toestemming is verleend.

maandag 24 juni 2019

Koekoek

De koekoek is wat mij betreft zo'n vogel als de kleine karekiet. In de late lente en vroege zomer hoor je ze op tal van plekken roepen, maar zien doe je ze niet zo vaak.
Zoals wellicht bekend is de koekoek een broedparasiet die haar ei legt in het nest van meestal een klein zangvogeltje zoals de rietzanger, de rietgors, bosrietzanger, witte kwikstaart of de graspieper vaak in gebieden met rietopstanden, maar even goed kun je hem aantreffen in een haag in het nest van een heggenmus. Na het leggen van het ei neemt de koekoek over het algemeen een eitje van de waardvogel mee om het voor de pleegouder zo onopvallend mogelijk te laten lijken. Na het uitkomen van het koekoeksjong werkt dit de overige, nog niet uitgekomen eitjes van de waardvogel en de eventueel al aanwezige jongen over de rand van het nest en wordt verder alleen door de waardvogel opgevoed.
Zo'n groot in het nest aanwezige of al uitgevlogen koekoeksjong behoort tot de wens van veel natuurfotografen en ook ik hoop dat ooit nog eens te kunnen vastleggen. Maar niet minder blij verrast was ik toen ik dit voorjaar in een gebied dat ik vrij frequent bezoek en waarvan ik weet dat er aardig wat koekoeken rondvliegen enkele vogels, die op zoek waren naar een geschikt nest en daarbij elkaar regelmatig bijna in de veren vlogen, van vrij dichtbij kon fotograferen.
Enkele middagen heb ik hieraan besteed en af en toe zag je ze een hele tijd niet om vervolgens weer actief te worden en al roepend achter elkaar aan te gaan en in de veren te vliegen. Ik heb niet kunnen constateren of dat nou territoriumgedrag is of baltsgedrag van een paartje dat elkaar probeert te veroveren.
Het betrof hier twee grijsblauwe exemplaren wat zowel mannetjes als vrouwtjes kunnen zijn in tegenstelling tot de bruine kleurvariant die ook voorkomt en dan altijd een vrouwtje is.
Verder is het nog vermeldenswaardig dat de koekoek een van de weinige vogels is die harige rupsen eet, een zegen overigens in deze tijd van de eikenprocessierupsen, daarover op het eind van dit blog nog iets meer. Verder is de koekoek maar korte tijd hier, immers hij/zij hoeft zelf geen jongen groot te brengen. De oudervogels vertrekken daarom begin augustus meestal alweer naar Afrika terwijl ze pas vanaf de tweede helft van april hier waren. Bijzonder daarbij is dat de jonge vogels pas later en volledig zelfstandig op trek gaan en zonder ooit te hebben geleerd waar ze naar toe moeten vliegen de weg naar Afrika weten te vinden. Een van de onontdekte wonderen van de vogelwereld. Door dit plotselinge vroege verdwijnen en de gelijkenis met de sperwer dacht men vroeger dat de koekoek in de winter in een sperwer veranderde.
Veel plezier bij het bekijken van dit blog na deze lange inleiding en bedankt nog voor jullie reacties op mijn vorige blog over de witwangstern (klik hier)

Groet,
Ad



Een van de foto's die ik tijdens de sessies van vrij dichtbij kon maken. Ik was erg content met deze foto vooral omdat de vogels nog net los van elkaar zijn al zou ik gewenst hebben dat de onderste koekoek zijn kop nog iets meer gedraaid had.



Over het algemeen komen de vleugels van de koekoek tijdens de vlucht nauwelijks boven het lichaam uit hoewel dat tijdens mijn sessies regelmatig toch wel het geval was.



De staart is bedekt met witte stippen en heeft tevens een witte eindband.



De eerste keer dat ik dit gedrag mocht genieten bevond het tafereeltje zich nog redelijk ver van me af hoewel ik er toch een aardige serie van kon schieten.
Ik heb bewust gekozen voor een landscape uitsnede omdat ik van deze foto's later nog een av-presentatie wil maken en daarvoor een uniform formaat het meest geschikt is.






Op afstand ging het er heftig aan toe waarbij de onderste vogel verticaal in de lucht hing.






Toen ze elkaar bijna genaderd waren vlogen ze weer uit elkaar en achter elkaar aan. Ditzelfde gedrag heb ik een aantal keren terug gezien.



Ik herhaal de openingsfoto hier nog even omdat hij deel uitmaakt van de serie hieronder.
Dit tafereel speelde zich op ongeveer 10 meter voor mijn neus af, ik was blij dat ik op dat moment mijn converter tussen de camera en lens had verwijderd.



Hier zie je dat de vleugels in vlucht wel degelijk boven het lichaam worden uitgestoken.



Hier had ik het geluk dat de ogen en snavel van de onderste vogel mooi zichtbaar waren tussen de vleugels.



En ook hier weer, toen ze elkaar bijna aanraakten gingen ze al roepend achter elkaar aan.






Toen de voorste koekoek verjaagd was keerde de ander zich om en kwam nog dichter mijn kant opgevlogen.






Om vervolgens op een tak in een (lelijk gesnoeid) boompje te gaan zitten.



Hier zijn de prachtige structuren van de onderdekveren van de vleugels zichtbaar.



Iets meer uitgesneden waardoor een andere compositie ontstaat.



Wankel evenwicht hoewel hij altijd met afhangende vleugels zit.



De rust is weergekeerd.

Slotwoord:
Zoals ik in de inleiding van het blog aangaf eet de koekoek harige rupsen, wellicht een van de redenen dat hij in dit gebied in redelijk aantal voorkomt. En dat heb ik geweten, weken na de sessies bij de koekoeken heb ik vol gestaan met zeer irritant jeukende huiduitslag ten gevolge van de rondzwevende, maar onzichtbare brandharen van de eikenprocessierups. Een natuurfotograaf moet er  soms wat voor over hebben.

vrijdag 26 april 2019

Witwangstern

Zoals in mijn vorige blog (klik hier) aangekondigd dit keer geen blog van meerdere soorten maar alleen foto's van de in Nederland vrij zeldzame witwangstern.
De witwangstern is evenals de witvleugelstern en de zwarte stern een moerasstern en in Noord-West Europa de minst voorkomende en tevens de grootste van de drie.
Tijdens een vakantie in Drenthe maakten we regelmatig uitstapjes naar het Zuidlaardermeer en tijdens een van die tochtjes vonden we aan de rand van het meer een plasje waar we wel heel bijzondere sterntjes zagen vliegen. Bij nadere beschouwing bleken het witwangsterns te zijn die daar overigens ook met visdiefjes hun habitat hadden gevonden en daar zelfs ook jongen hadden grootgebracht.
Witwangsterns zijn hele snelle vliegers zoals de meeste sterns, ze wenden en keren plotseling in de vlucht en je kunt ze met een telelens bijna niet volgen. Er zijn dan ook heel wat van die vluchtfoto's in de prullenbak beland, maar ik heb daar gedurende een aantal dagen best veel tijd besteed zodat ik toch een aantal acceptabele foto's heb kunnen maken.
Bedankt nog voor de vele reacties die ik mocht ontvangen op mijn vorige blogbericht (zie hierboven) en ik hoop dat deze foto's jullie eveneens bevallen.

Groet,
Ad



In volle duikvlucht naar beneden om even later weer recht omhoog te schieten. Hier is goed de kenmerkende zwarte borstpartij te zien.


De vleugels zijn wat breder en korter dan die van de visdief en noordse stern.






Een en al sierlijkheid in de vlucht.









De staart is minder gevorkt dan bij de visdief en noordse stern.



De jongen hebben in tegenstelling tot de ouders een bruin geschubd rugdek, maar missen daarentegen nog de zwarte borst.






Ze kunnen behoorlijk te keer gaan om maar te zorgen dat de ouders voer aanslepen.



En kunnen daarbij een flinke bek opzetten.



Dat voer bestaat uit insecten, vissen en schaaldieren, maar zelfs een kikker wordt niet versmaad zoals je ziet.



De jongen doen allerlei vliegoefeningen om het kunstje onder de knie te krijgen.






Ondanks de wat minder slanke vorm van de vleugels zie je toch aan de lengte wel dat het sterns zijn.



Langzaam krijgen ze dan toch de kunst van het vliegen te pakken....






...En worden het echte luchtacrobaten...








Die niet meer onderdoen voor de vliegkunst van de ouders.






Omdat ze zo sierlijk zijn nog wat vliegbeelden van adulte vogels.






Als ze naar beneden duiken, laag genoeg zijn en je timing goed is kun je beelden met een hele andere achtergrond maken.



Als een zilveren vogel hangt hij in de lucht. Met deze en voorgaande foto was ik erg blij.



Het blog is wel erg lang geworden, maar toch nog deze laatste twee foto's ter afsluiting.




vrijdag 29 maart 2019

Minder vaak geziene soorten

Ik heb de titel van dit blogbericht bewust niet "Zeldzaamheden"genoemd, dat klinkt toch wat aanmatigend, maar toch heb ik hierin enkele soorten opgenomen die je niet vaak tegenkomt. Er is zelfs een soort bij die volgens de statistieken nog maar een keer eerder in Nederland is waargenomen. Ik had het geluk die soort vorig jaar tijdens een vakantie te kunnen waarnemen en fotograferen.
Verder heb ik het blog aangevuld met wat meer algemene soorten die ik, hetzij vliegend of in een wat andersoortige pose kon fotograferen. Als je een bepaalde soort al vaak hebt gefotografeerd ga je toch zoeken naar wat afwijkende settings in b.v. gedrag, houding, omgeving enz. Enfin, de toelichting bij de foto's zal het hopelijk wel duidelijk maken.
Hartelijk dank voor jullie leuke reacties op mijn vorige blogbericht over de "Genneper Parken" (klik hier) en ik hoop dat deze nieuwe foto's jullie eveneens aanspreken.

Groet,
Ad



Niet blauw, maar toch een blauwe kiekendief, hier het vrouwtje dat ik tegen een fijne zachte achtergrond vliegend en speurend naar een prooi boven een akker kon fotograferen.



Op een andere plek had ik het geluk dat een mannetje kwam overvliegen. Je moet dan snel reageren want hoewel de vleugelslag erg traag lijkt zijn ze razendsnel voorbij. Bij het mannetje, dat totaal niet op het vrouwtje lijkt, kun je wel zien waaraan de soort zijn naam dankt.



Watersnippen zijn bepaald geen zeldzaamheid, maar wanneer ze in mooi licht en tussen het in Nederland in het wild zeldzame goudknopje staan vind ik dat ik toch enkele foto's moet maken.



Een groepje van vier, enkele foeragerend terwijl de andere de wacht houden.



Een prachtig verenkleed hebben die watersnippen.



Een andere soort die er veel op lijkt maar die je maar zelden te zien krijgt is het bokje. Het is de kleinste snip die in Nederland voorkomt, stukken kleiner dan de watersnip met een veel kortere snavel en hij leidt een zeer verborgen bestaan tussen de vegetatie aan de rand van kleine slootjes die 's-winters niet dichtvriezen.


Ze zijn constant in beweging en maken met hun hele lijf een hippende beweging.



De rug- en koptekening is net even anders als bij de watersnip. Een ontmoeting met het bokje blijft een bijzondere ervaring.



Flamingo's verwacht je niet direct in Nederland. Toch huist er aan de grens met Duitsland in het Zwilbrocker Venn al jaren een kolonie. Omdat het ven in de winter dicht kan vriezen vertrekken de vogels naar de Grevelingen of in de buurt daarvan. Deze foto maakte ik in het haventje van Oude Tonge. Helaas bleven ze nagenoeg de hele ochtend met hun kop in de veren staan.



Weliswaar wat ver weg, maar dan kun je ook goed de leefomgeving van de koekoek zien, tussen de wilgen en het riet op zoek naar een geschikte waardvogel. Je hoort hem vaak in de zomer, maar zien doe je hem niet zo gauw. Ik kon hem nog net vliegend fotograferen voordat hij de wilg indook. Mooi zijn de witte spikkels op de gewaaierde staart te zien en als je goed kijkt zie je in de wilg nog een tweede exemplaar zitten.



In een eerder blog berichtte ik over de roerdomp (klik hier) waar ik deze schuwe vogel van heel dichtbij kon fotograferen. Dat was een exemplaar, maar tijdens een bezoek aan Weerribben kwam plotseling een groepje van drie aangevlogen. Het is weliswaar geen perfecte foto, maar nog nooit eerder had ik drie roerdompen gelijktijdig gezien.



Een slobeend vrouwtje, vrij algemeen maar in de vlucht zie je hoe prachtig de vleugelspiegels zijn.



Een gele kwikstaart, al vele malen heb ik die gefotografeerd maar tussen de bloembollenvelden op de Noord-oostpolder vond ik er na lang zoeken eentje op de tulpen.



Of het bij elkaar past daar kun je over van mening verschillen, maar kleurrijk is het wel en hij begon ook nog even te zingen.



Hij lijkt een beetje op de gele kwikstaart, maar deze zeldzaamheid is de witkeelkwikstaart of Italiaanse kwikstaart. De soort zou pas een keer eerder in Nederland gezien zijn en ik was erg blij dat ik hem na lang zoeken in de polder kon vinden.



Witkeelkwikstaart.



Witkeelkwikstaart, ik had het geluk dat hij af en toe op een takje wat hoger uit de vegetatie kwam zitten.



Witkeelkwikstaart.



Mannetje grauwe klauwier. Al vele jaren volg ik enkele paartjes in de Groote Peel. Vaak fotografeer je ze op een bramenstruik, hun habitat, maar afgelopen jaar lieten ze zich regelmatig zien op een tak van een omgevallen boom tussen de wilgenroosjes.



Ik heb er hier bewust voor gekozen om de vogel wat kleiner in beeld te zetten om de omgeving "mee te laten doen".



IJsduiker, ook een soort die je in Nederland niet zo vaak te zien krijgt. Maar dit is een triest verhaal. Midden in een kanaal in mijn omgeving zag ik deze vogel zwemmen en vanuit mijn auto maakte ik enkele foto's. Even later arriveerde nog een fotograaf die onder aan de waterkant ging zitten om vanuit een laag standpunt foto's te kunnen maken. Wat schetste mijn verbazing, de vogel kwam naar hem toe gezwommen en bleef op nog geen meter van hem vandaan aan de kant zitten. Duidelijk was dat het niet goed met hem ging. We hebben hem uit het water getild en de dierenambulance gebeld die hem uiteindelijk meegenomen heeft naar een vogelasiel. De volgende dag echter kregen we het bericht dat hij dood was gegaan. Helaas is niet duidelijk geworden waaraan. Jammer van zo'n prachtige vogel.



Voordat hij naar de kant zwom maakte ik nog deze foto met de spiegeling van een passerende rode vrachtauto in het water. Zijn ogen had hij hier al dicht, een slecht teken.



Om het blog toch positief af te sluiten nog enkele foto's van deze kleurrijke, tropisch aandoende groene specht die met enige regelmaat onze achtertuin bezoekt. Elke keer kan het dan toch weer niet laten om foto's te maken.



Groene specht. (mannetje)



Groene specht (mannetje)


Slotwoord: Tot zover dit bericht over wat minder geziene soorten, volgend keer een soort die je evenmin vaak tegenkomt t.w. de witwangstern.