Door op een foto te klikken krijgt u een vergrote weergave. De foto, vooral de scherpte, is dan echt van veel betere kwaliteit.

Op mijn beelden rust copyright (© advanduren) en ze mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor mijn schriftelijke toestemming is verleend.

zaterdag 26 september 2026

Muurhagedis

De muurhagedis, al lang stond hij op mijn lijstje om eens te fotograferen. Ooit, decennia geleden zag ik hem eens op de stadsmuren van Maastricht. Ik had toen geen camera bij me en was in die tijd ook nog niet zo internsief bezig met natuurfotografie. Ook was ik in de veronderstelling dat hij daar voor Nederland endemisch was en dus ook alleen daar zou voorkomen. Nadien ben ik er ook niet meer specifiek voor op stap geweest. Totdat ik er een tijdje geleden achter kwam dat er ook een populatie leeft op een middeleeuwse muur bij een kerk in een dorpje hier in de buurt. Het verhaal wil dat er rond 1960 een stukje muur in Maastricht is gesloopt en in die brokstukken zouden zich eitjes van de muurhagedis hebben bevonden. Deze populatie is daarom authentiek, in tegenstelling tot enkele andere kleine populaties in Nederland waarvan de individuen afkomstig zijn van uitzettingen uit kweekprogramma's. De muurhagedis is als zeer zeldzaam bestempeld en bedreigd en staat daarom ook op de Rode Lijst van Amfibieƫn en Reptielen. Ik dit blog zal ik verder nog enkele kenmerken van deze soort verwerken.

Veel lees- en kijkplezier en bedankt nog voor de leuke reacties op mijn vorige blog over het Lauwersmeer. (klik hier) 

Groeten, Ad


Muurhagedis, de mannetjes zijn over het algemeen donkerder gekleurd dan de vrouwtjes, de tint neigt meer naar zwart terwijl die bij de vrouwtjes meer beige/bruin is. 


Muurhagedis vrouwtje. Ze worden in volwassen vorm 15 tot 20 cm. lang en hebben een afgeplat lichaam, in tegenstelling tot de andere hagedissoorten zoals de levendbarende- en de zandhagedis.



Ze hebben een erg lange staart die bij gevaar kan worden afgestoten, maar daarna weer aangroeit.



Zoals op deze foto goed te zien is hebben ze erg lange tenen met scherpe klauwtjes waarmee ze razendsnel over een verticale muur kunnen rennen.



Het zijn koudbloedige dieren die zich graag opwarmen op een zon beschenen muur. Het maakt het voor een fotograaf direct lastig want je hebt met keihard licht te maken. Maar zonder die zon geen muurhagedissen.



Overigens is zo'n kleurige muur geen straf, zelfs zonder hagedis zou het al een mooi plaatje opleveren.



Het valt nog niet mee om een muurhagedis met zijn lange staart helemaal op de foto te krijgen, je concentreert je op de kop en vaak valt die lange staart dan net buiten beeld.



Zoals hier b.v., je kunt eigenlijk het beste wat uitzoomen of wat meer afstand nemen, dan kun je later alsnog wat croppen.



Hier kun je goed zien waarom een muurhagedis zo'n muur kiest, openingen waarin hij zich kan verschuilen en de eitjes afzetten zijn een voorwaarde.



Muurhagedis die hier zijn schuilplek inspecteert. 



Een van de weinige keren dat ik z'n oog en kop goed te zien kreeg.



Ik heb er een close-up van gemaakt om te laten zien dat de kop best gelijkenissen heeft met die van een slang.



Na 2 jaar is een muurhagedis volwassen en kan hij meedoen aan het voortplantingsproces.



Ze leven vooral van insecten die op de warme muur af komen.



De kleurige muur zit vol korstmossen wat natuurlijk leuke plaatjes oplevert.



Maar ook een prima camouflage achtergrond biedt waardoor hij voor predatoren zoals roofvogels, maar ook katten nauwelijks zichtbaar is.



Dat is natuurlijk alweer een stuk minder als er wat begroeiing aanwezig is, maar het levert wel een kleurrijk beeld op.



Een van de andere keren waarop een muurhagedis (ik zag er die middag enkele) goed z'n prachtige kop en oog liet zien.



In okt/nov. gaan muurhagedissen in winterslaap en moeten we weer een half jaar wachten om deze mooie dieren te kunnen zien.

Slotwoord: Na dit uitstapje naar een reptiel, volgende keer weer volop aandacht voor vogels die ik zag tijdens een tochtje naar park Lingezegen. Tot dan.

zondag 13 september 2026

Lauwersmeer

Enkele weken geleden waren  we een paar dagen te gast in een hotel in de buurt van het Lauwersmeer. Een gebied waar we de laatste jaren al meermaals geweest zijn en waar ik mijn hart toch wel een beetje aan verpand heb. En dat geldt eigenlijk voor de hele waddenkust met o.a. de Breebaartpolder en de Dollard als brakwater estuarium van de Waddenzee en het Eemsgebied met plaatsjes als Termuntenzijl, Noordpolderzijl en Nieuwe Statenzijl. Het is er zeer vogelrijk en tegelijk ook vrij afgelegen, je waant je er in het drukbevolkte Nederland in de middle of nowhere. Wij houden ervan.

Met grote verwachtingen gingen we dus naar het Lauwersmeer, maar ach, hoe groot was de teleurstelling toen we er aankwamen en gelijk zagen dat het hele gebied droog stond, zo ver als je kijken kon alleen maar zand. Op de uitkijkheuvel aan de noordkant stond een een groepje vogelaars met telescopen dat in de verte een Amerikaanse goudplevier meende te zien. Voor vogelfotografen veel te ver weg. Ook vorig jaar was dat al zo en hier worden onverbloemd de gevolgen van klimaatverandering duidelijk.  Hoe anders was dat nog enkele jaren geleden. Omdat het nu dus niks geworden is en ik nog een onbewerkte serie van toen in mijn portfolio had, laat ik die hier zien. Leuke soorten die ik toen voor de lens kreeg zijn o.a. een zeearend en een zeldzame grauwe franjepoot, naast allerlei (vliegende) steltlopers.

Veel kijkgenoegen bij dit blog en bedankt nog voor de leuke reacties op mijn vorige blog over de grote  keizerlibel en de groene kikker. (klik hier)

Groeten, Ad


Ik had al even een Buizerd in beeld toen ik werd gewaarschuwd door alle opvliegende steltlopers. Dit moest wel een Zeearend zijn. En ja hoor, even later verscheen hij in mijn beeld.


Op een akker, onderweg naar Ezumakeeg, zat deze Holenduif op een zonnebloem. Akkerranden worden steeds vaker als ecologische zone ingezaaid met kruiden- en bloemenmengsels. Het geeft een leuk kleuraccent aan een foto.


Boven de akker is een Buizerd op zoek naar prooi


Alhoewel Torenvalken erom bekend staan blijven Buizerds soms ook even biddend in de lucht hangen.


Inmiddels aangekomen bij het Lauwersmeer. Kluten zijn er bijna altijd wel te zien in een plas-drasgebied.


Foeragerende Kluut.


Kluut. In het voorjaar kon ik nog een serie maken van parende kluten, altijd een spectaculair gezicht. Deze serie komt later nog aan aan bod.


Aanvankelijk was het vrij rustig, een eenzame Kievit vloog voorbij.


En een Kemphaantje liep te foerageren.


Kemphaantje.


Zoals in veel natuurgebieden tegenwoordig lopen er ook in het Lauwersmeergebied enkele kuddes Koniks.


Ze trekken in groepsverband door het hele gebied.


Ze zijn nauw verwant aan het wilde paard, de Tarpan, zijn winterhard en houden het gebied open van begroeiing. 


Groepje Bonte strandlopers dat voor de Koniks langs vliegt.


Intussen verzamelden zich steeds meer steltlopers voor de uitkijkheuvel, zoals ook deze twee Krombekstrandlopers.


In de verte kwam een grote groep Bonte strandlopers aangevlogen.


De groep komt steeds dichterbij.


En hoe dichterbij de groep komt hoe meer ik zie wat voor diversiteit er in zit. Ik zie Bonte strandlopers, maar ook Krombekstrandlopers, Kemphanen en ook Kleine strandlopers.


De groep maakt zich klaar om te landen terwijl het licht steeds mooier op de vleugels valt.


Ze maken nog een laatste draai voor de landing, het licht op de vleugels is nu optimaal.


Korte tijd later vliegt de hele bups op, een teken dat er onraad op komst is, meestal een roofvogel. Geen perfecte foto, ik kon in die fractie van een seconde niet mijn diafragma aanpassen, maar het ging me meer om het moment.


In de verte kwam een jonge Zeearend aanzeilen. Ik was op dat moment een vliegende buizerd aan het fotograferen, maar kijk altijd met een oog langs de camera af en zag al gauw dat de paniek van de steltlopers werd veroorzaakt door deze Zeearend.


Jonge Zeearend, te herkennen aan z'n witte staartpennen. Een enorme vogel met een spanwijdte van wel 2,5 mtr. en wordt daarom niet voor niets de vliegende deur genoemd. Ik had hem wel eens vaker gefotografeerd, maar nog nooit van zo redelijk dichtbij.


Hij bleef een tijdje boven het gebied zweven, prachtig om die lange vingers in z'n vleugels te zien. 


Hij vloog recht op de Buizerd af zodat ik ze samen in beeld kreeg. Was benieuwd hoe dat zou aflopen.


De Zeearend vloog met zijn grote vleugels veel sneller dan de Buizerd, zodat ze elkaar snel naderden.


Maar de Zeearend bleek totaal geen belangstelling voor de Buizerd te hebben en vloog hem gewoon voorbij.


De Buizerd is toch niet bepaald een kleine roofvogel, maar hier zie goed het verschil in formaat met een Zeearend.


Toen we verder trokken zagen we in een ander deel van het Lauwersmeer nog dit zeldzame steltlopertje, een Grauwe franjepoot.


Het is een heel klein steltlopertje zoals je hier ook wel kunt zien met die wilde eenden als referentiekader op de achtergrond.


Hij zat wat ver weg en helaas niet (meer) in zomerkleed, het was inmiddels eind september. In zomerkleed is een grauwe franjepoot prachtig oranje/zwart/wit gekleurd en totaal onherkenbaar als de vogel zoals hier afgebeeld.


Grauwe franjepoot, trekvogel uit arctische gebieden.

Slotwoord: Volgende keer besteed ik aandacht aan een (klein) reptiel dat al langere tijd op mijn wensenlijstje stond en waarvan het me recent gelukt is dat te vinden en te fotograferen. Tot dan.